Presentatie 10 mei 2025

Carlos Morales

Leestijd: 11 minuten

Wast het de moeite waard? Kunnen we dat echter vragen?

Toen ik kind was viel de elektriciteit regelmatig uit, zogenaamde black-outs, die ik erg boeiend vond vanwege de magie van de benzinelampen op elke kast en tafel. Het was als het ware een caleidoscoop van het feit dat mijn oma elke keer voorspelde: staatsgreep! Dat was voor haar vanzelfsprekend. Zij had haar hele leven onder militaire regimes doorgebracht. De militairen bestuurden het land met harde hand. Er waren ook perioden van timide hervormingen en, natuurlijk, nep verkiezingen om enige legitimiteit aan de dictatuur te geven. Een kind  dat in die tijd opgroeide kende al de namen van de veertien families die eigenaren waren van het land. “Die hoort bij de veertien”, was een gezegde om de oligarchen en andere rijkelui te benoemen. Dat politiek economisch model generaliseerde de armoede en de tweedeling.

In de jaren ‘70 kwam het model van extreme uitbuiting in crisis en begon het volk in opstand te komen Het antwoord van de elite was meer repressie. Pogingen om het conflict te vermijden mislukten. Niet alleen was er  gebrek aan  politieke wil vanuit de elites maar ook een diep wantrouwen  bij de revolutionaire beweging, die  als enige uitweg een radicaal politieke en economisch transformatie zag. De Cubaanse revolutie liet zien dat het mogelijk was. De staatsgreep in Chile bevestigde  het wantrouwen in het VS imperialisme. De revolutionaire strijd was toen de enige uitweg en was niet te stoppen. Er was geen andere keuze, we moesten de strijd aangaan. We hadden grote dromen over een rechtvaardige maatschappij, maar het land te verlossen van armoede en repressie was de directe aanleiding van de strijd. Onder die omstandigheden was het maken van een kosten-baten analyse uitgesloten en we gingen de strijd in beseffend dat de kans om te sneuvelen vele malen groter was dan om levend uit de strijd te komen. 

Elke vorm van protest werd met de dood bestraft. In 1975 liep een demonstratie van universitaire studenten  uit op een massamoord. Mijn vrienden uit de middelbare-scholieren-beweging werden bijna allemaal vermoord gedurende vreedzame demonstraties of verdwenen door toedoen van rechtse doodskaders. Om terreur te zaaien werd het land elke dag wakker met berichten over de straten vol verminkte lijken. Lijken van boeren, arbeiders, leraren, priesters, studenten. Massamoorden op het platteland. Niemand was veilig, zelfs onze aartsbisschop Romero werd vermoord. We wisten ook niet  hoeveel generaties zouden moeten strijden om deze dromen te bewerkstelligen. Gedurende 1980 zag de vakbond van het elektriciteitsbedrijf  haar vakbond’s leden één voor één  vermoord worden. Zij besloten een landelijke stroomstoring uit te voeren wetende dat het antwoord van de regering geweldadig kon zijn. In  hun eigen woorden: ‘de regering wilde ons uitroeien…, en het was beter te sterven in de strijd.’

In 1932, een halve eeuw eerder, waren inheemse volkeren en boeren in opstand gekomen in het western van het land. Het verzet werd verpletterd en een dictatuur richtte zich triomfantelijk op. Roque Dalton schrijft dat in 1932 elke Salvadoraan half dood geboren werd. Er was genoeg dood om de dood uit te smeren over alle nieuw geboren Salvadoranen. En toch,14 jaar later, was de dictator onttroond. Een halve eeuw later waren de leiders en martelaren van 1932 de voortrekkers van de revolutionaire strijd in de jaren 70 en 80. Niets vermoedende nieuwe generaties waren vastberaden om het oligarchisch model om zeep te helpen .

Was het de moeite waard? De waarde van onze inspanningen is echter niet te meten. Als ik denk aan al onze doden, wie zal onze doden terug brengen? Al het leed, de gebroken jeugd van meerdere generaties, gebroken levens, al de pijn en verdriet dat nooit weg gaat, de trauma’s …,  dan is het niet de moeite waard, maar dat is niet de juiste vraag. De vraag is: waarom moet een volk zulke opofferingen doen? Waarom blijft dat gebeuren?

De revolutionaire strijd in de jaren ‘70 en ‘80 was een gigantische inspanning. Met weinig middelen bleek het Salvadoraanse volk in staat om een professioneel leger, gewapend en getraind door de VS, gedurende twee decennia te weerstaan. Dit was ook mogelijk mede dankzij de internationale solidariteit. Dit is op zich zelf een belangrijke prestatie: een klein volk, dat erin slaagt om zich met internationale solidariteit tegen het imperium te verzetten. Om deze reden negeert de huidige regering dat de revolutionaire oorlog heeft plaats gevonden en bestrijdt het elke vorm van internationale solidariteit. De revolutionaire strijd heeft de identiteit van ons volk gemarkeerd en waardigheid gegeven. Er is een periode in onze levens waarop we trots op zijn. Het lange verzet van het  Vietnamese volk tegen de Franse en Amerikaanse bezetting was een cruciale inspiratiebron voor de Salvadoraanse revolutionaire beweging. Een Vietnamese schrijver schrijft dat El Salvador Spaans is voor Vietnam. Zo groot is onze trots op  onze revolutionaire strijd. 

In 1992 kwam de oorlog tot een eind. Onder internationale druk werd de vrede getekend. Het repressieve apparaat werd ontmanteld, het leger werd gehalveerd en in de kazernes teruggetrokken, er kwamen democratische verkiezingen en de linkse oppositie kon mee doen. Op het platteland werd de distributie van grond onder de voormalige strijders en hun families uitgevoerd. Dat  waren op zich belangrijke prestaties. Om in het land zonder angst te kunnen leven was een historische prestatie. Er  werd een commissie (werknemers, werkgevers en de staat) in het leven geroepen om voor sociale economische rechtvaardigheid te zorgen, maar die functioneerde niet. De schijf van het economisch systeem werd in feite niet geraakt. Terwijl de FMLN bezig was met zijn politieke transformatie en de achterban actief aan de eigen lokale ontwikkeling werkte, voerde het kapitaal agressieve neoliberale hervormingen door. Sociale voorzieningen werden geprivatiseerd en met misbruik van de staat veroverde de economisch elite de financiële wereld.

Het FMLN, als kracht in het parlement en aan het hoofd van steeds meer gemeentes, gaf stem aan het progressieve beleid met betrekking tot sociaal-economische rechten, mensenrechten, de rechten van vrouwen en diversiteit, milieu en democratie. Maar het heersend neoliberale beleid verergerde de tweedeling en verloedering in het land. De migratiestroom naar de VS, die al tijdens de oorlog was gestart, ging onverminderd door, deze keer vanwege economische redenen. Mensen werden  het belangrijkste exportproduct en de remittances werden een steeds belangrijker deel van onze BNP. De migratie had ook een keerzijde. De kinderen van de diaspora kwamen terecht in de jeugdbende-cultuur in de VS en organiseerden eigen bendes, de “maras”. Deze jongeren werden later naar El Salvador gedeporteerd en met hen kwam de jeugdbende-cultuur ook naar El Salvador. De jeugbendes zijn het  meest zichtbare symptoom van de crisis van het neoliberalisme geworden en  hebben later het land onbestuurbaar gemaakt. In deze crisis  raakten de oligarchen de controle op de regering kwijt. In 2009 en 2014 won het FLMN de verkiezingen. Dat werd ervaren als een overwinning van het volk.  De FMLN-regering voerde succesvolle hervormingen in de gezondheidszorg uit waarbij de zorg in de buurten kwam, er was een belangrijke reductie van armoede en kind- en moedersterfte. Informatie over het openbaar bestuur werd een recht. Openlucht mijnbouw werd verboden en er werd vooruitgang geboekt in milieu- en waterwetgeving. Deze  strandde helaas in het parlement waar de rechtse oppositie deze tegenhield.

De prestaties werden overschaduwd door bendegeweld en corruptieschandalen. Het FMLN had ook een timide communicatiebeleid waardoor de successen onzichtbaar bleven. Na het  tweede mandaat was de teleurstelling in  het FMLN en de politiek groot. Toen kwam vanuit het FMLN samen met voormalige ARENA politici de figuur van Bukele naar voren. Hij was FMLN burgemeester van de hoofdstad geweest en had van daaruit een imago van onafhankelijk en kritische nieuwkomer op kunnen  bouwen. Het lukte hem niet om het  FMLN als instrument voor zijn project te gebruiken, dus ontwikkelde  hij een nieuwe partij, Nuevas Ideas. Hij won de verkiezingen met de belofte een eind te maken aan het bendegeweld en de corruptie, en een pakket van ambitieuze megaprojecten die het land zou veranderen in een eerste wereldeconomie. Het was  de eerste politieke campagne die uitgevochten werd in sociale media, waar Bukele het voor het zeggen had. Het volk, diep teleurgesteld in de oude politieke klasse, had behoefte aan een verlosser (?) en Bukele wist op dit gevoel goed in te spelen, ook al waren hij en zijn groep een goede selectie van corrupte en opportunistische politici uit dezelfde oude politieke klasse. Later werd bijvoorbeeld bekend dat hij en veel van zijn compagnons de belangrijkste begunstigen waren van de miljoenen van ALBA Petroleos, een corruptie schandaal dat hij gebruikte om de FMLN zwart te maken. 

De regering Bukele slaagt erin om vanaf de eerste jaren de criminaliteitscijfers te verminderen, hetgeen hem zeer populair maakte. Tegelijkertijd voerde de regering een campagne om het  imago van de traditionele sterke partijen te vernielen en de nog bestaande weliswaar fragiele democratische instituties af te breken. In 2021 controleerde het parlement het constitutioneel gerechtshof, het hooggerechtshof, het OM, de kiesraad, de ombudsman, de politie en het leger (die is inmiddels in omvang verdubbeld), terwijl een geavanceerde propagandamachine de “hearts en minds” van de Salvadorianen en de wereld voor het project wist te winnen.

In 2023 werd het land  geteisterd door een uitbraak van geweld. MS13 richtten een massamoord aan onder  willekeurige burgers. Bukele kondigde de noodtoestand af en verklaarde de oorlog aan de maras. Leger en politie verspreid over het hele land  hebben toen in korte tijd duizend mensen gevangen genomen. Twee jaar later is de noodtoestand nog steeds geldig en zitten er ongeveer 120.000 mensen in de gevangenissen (het  hoogte cijfer per capita in de wereld) en is El Salvador verklaard tot het meest veilige land van de hemisfeer. Ongeacht het feit dat een groot deel van deze gevangenen onschuldige burgers blijken te zijn, dat rond 400 mensen in gevangenschap dood zijn gegaan, en dat onder de noodtoestand ook politieke tegenstanders en critici zijn opgepakt, is de maatregel nog steeds populair en wordt gezien als model door rechtse politici op het continent. De mensen die in de gevangenissen belanden verdwijnen volledig uit het zicht, zij hebben geen recht op een advocaat of contact met hun families. Niemand weet waar ze zijn en in welke toestand ze zich bevinden. Maar de pacificatie is iets waarvoor de Salvadoranen zeer dankbaar zijn en dat verklaart de enorme populariteit van Bukele. Mede dankzij zijn populariteit en volledige controle op het staatsapparaat in 2024, is ondanks het feit dat de grondwet het verbiedt, een tweede presidentiële termijn ingesteld.  

Hoewel het bendegeweld onder controle is, is  de sociale economische situatie er slecht aan toe. De toenemende armoede die gepaard gaat met bezuinigingen op sociale voorzieningen, begint de populariteit van de president te ondermijnen, ook al is dit nog maar het begin. Er is nu ook bekend geworden dat sinds zijn periode als burgemeester van de hoofdstad, Bukele onderhandelde met de jeugdbendes over hun steun aan zijn kandidatuur, en dat de reductie van bendegeweld niet het gevolg was de door de regering gepropagandeerde Plan voor Territoriale Control (dat overigens inhoudelijk nooit bekend is gemaakt), maar voor een deel was afgesproken met de maras. De uitbraak van geweld in 2023 was in feite de reactie van MS13 op het niet nakomen van afspraken van de kant van Bukele. Meerdere hooggeplaatste leiders van de jeugbendes die in gevangenschap zaten zouden inmiddels door de regering zijn vrijgelaten als gevolg van deze onderhandelingen. Veel van deze leiders zijn later weer opgepakt ( door toedoen van de “taskforce Vulcano”, die door Trump zelf werd ingesteld tijdens zijn eerste periode), en wachten op een rechtszaak in de VS.

Dit is een gevoelige kwestie voor Bukele. In deze rechtszaak kan immers zijn oorspronkelijke “deal” met de maras aan het licht komen. Deze deel is bij de Amerikaanse overheid al bekend en door  de Biden-administratie gesignaleerd, maar is door Trump genegeerd.  Om deze reden heeft Bukele zijn beruchte gevangenis CECOT beschikbaar gesteld aan Trump voor gedeporteerde migranten uit de VS in ruil voor de deportatie van de leiders van de jeugdbendes die terecht staan in New York. Op zijn beurt heeft het OM in de VS in opdracht van Trump met het argument van geopolitieke belangen, de beschuldigingen tegen deze bendeleiders ingetrokken om hun deportatie mogelijk te maken. De medewerking van Bukele bij het strengere deportatiebeleid van de regering Trump draag niet bij aan zijn imago, maar de eventuele onthullingen van deze bendeleiders kunnen voor hem nog schadelijker zijn, ook voor Trump.

Nog erger dan deze deal met de maras, is de onthulling dat de reductie van moorden die Bukele tijdens zijn eerste termijn zo populair maakte in feite alleen maar schijn was. Het moorden is nooit gestopt, maar de lijken zijn  verborgen. Zonder lijk is er immers geen misdaad. Het land zit blijkbaar vol massagraven. Gedurende deze hele periode heeft het OM het bestand van verdwenen mensen ontkend en zijn familieleden die hun  dierbaren zochten (zoeken?) met de maras geassocieerd. Bukele heeft met succes het “narrative” geïntroduceerd dat elke kritiek op zijn beleid een steun in de rug is aan de maras, en dat je daarvoor in de gevangenis kunt belanden.

Maar Bukele is ook een economisch project. Een vriend die enthousiast is over de nieuwe regering legde het mij uit. ‘El Salvador heeft niets te verkopen behalve mensen en dat komt blijkbaar tot een eind. Als bendegeweld onder controle is gebracht kan het land open gaan staan voor toerisme, mijnbouw, projectontwikkelaars en kapitaal en dat is ook positief voor midden- en kleinbedrijven en de werkgelegenheid.’ Milieu- en mensenrechten waren niet relevant en beschouwde hij inmiddels als politiek gemotiveerde overdrijvingen. Hij erkende de dictatoriale trek, ‘maar ja dat is onze geschiedenis, dit is niet  Europa. Natuurlijk, we kunnen van mening verschillen over social-economisch beleid maar als de regering met de steun van het volk zo’n social economisch project wil volgen, is dat legitiem. Het zou geweldig zijn als met deze plannen de economie van het land wordt ontwikkeld. Wat niet legitiem is, is de schending van mensenrechten en het terug draaien van politieke rechten die zo veel bloed hebben gekost.’

Na zes jaar heeft de regering Bukele weinig resultaten opgeleverd op economisch gebied. Het land toont de laagste economisch groei in de regio. In deze situatie moest Bukele buigen om geld bij de IMF te lenen (een van de voorwaarden van het IMF is het afzien van Bitcoin als officieel betaalmiddel, een van de paradepaardjes van Bukele). Onder het volk wordt dit uitgelegd met het argument dat de regering bezig was met de aanpak van de criminaliteit en de economie nog moet komen. De verwachtingen zijn echter groot en een meerderheid van de Salvadoranen heeft geloof in de regering. “Met honger, maar ook met hoop”, was de conclusie van een recente opinie peiling. Echter, de regering is op economisch gebied niet stil blijven staan. De  eerste grote maatregel van Bukele was de introductie van de Bitcoin als officiële munt, maar dit is nog niet van de grond gekomen. Meer zichtbaar is het  toenemende toerisme en de projectontwikkeling in de dure segmenten. De door Bukele beloofde megaprojecten zoals Bitcoincity, de trein naar de kust en het tweede vliegveld in het oosten van het land bestaan nog alleen in propagandavideos. Echter, er is al wel veel grond onteigend waar deze projecten zullen komen en duizend families zijn ontheemd geraakt.

Toch zijn er belangrijke veranderingen gaande in de interne economische relaties. Wat nu bekend is als de Bukele clan, een extended familie en vrienden, vaak rijke ondernemers, plus een brede groep van politieke operators en ondernemers die daarvan profiteren, gebruikt de staat voor zelfverrijking. Alle financiële zaken zijn nu  staatsgeheim. Ook is er amnestie verleend aan  alle ambtenaren die inkopen deden gedurende de covid 19 epidemie. In een land met een somber economisch perspectief vertegenwoordigt Bukele een mogelijke uitweg door het aantrekken van tech-capital, de rijke diaspora, financiële diensten, onder andere het witwassen van geld, en toerisme. Het hele grondgebied is daarvoor beschikbaar gesteld en steeds meer gemeenschappen worden ontheemd teneinde deze plannen te verwerkelijken. Dergelijke agressieve onteigeningen vinden ook plaats in het centrum van hoofdstad en het hele kustgebied waar traditionele ondernemers plaats moeten maken voor de nieuwe rijken en het grootkapitaal. De familie Bukele is in korte tijd gegroeid tot grootgrondbezitter, projectontwikkelaar en koffie-exporteur. Elke vorm van protest of zelf  nieuws in een krant, wordt met harde hand aangepakt. De noodtoestand die aanvankelijk in het leven werd geroepen tegen het bendegeweld, wordt nu na twee jaar in standgehouden als schrikbeeld en wettelijke dekking van de onteigening, corruptie en mensenrechtenschendingen.

Een laatste maatregel tegen kritische geluiden is de wet op buitenlandse agenten die de externe steun aan lokale NGO’s aanzienlijk belemmerd. Voor traditionele investeerders zoals bijvoorbeeld de industrie, biedt zo’n autoritair regime weinig juridische zekerheid en daarom blijven ze weg. El Salvador is het land in Midden-Amerika dat het minste externe investeringen aantrekt. Voor techkapitaal, durfkapitaal, lokale oligarchen en de rijke diaspora is dat blijkbaar geen obstakel en de investeringen, vaak in partnerschap met Bukele’s clan en oude oligarchen, nemen toe.

De beruchte gevangenis CECOT (Centro de Confinamiento contra el Terrorismo), die ruimte bied aan 40 duizend   gevangenen, is nu  het schrikbeeld voor migranten in de VS. Echter, de gemiddelde Salvadoriaan belandt nooit in de CECOT, maar in tientallen andere gevangenissen waar de echte hel zich bevindt, overbevolkt, waar gemarteld wordt en waar volgens mensenrechtenorganisaties in de afgelopen twee jaar ongeveer 400 doden zijn gevallen.   Daar wordt de pers niet toegelaten. CECOT lijkt vooral bedoeld als veiligheidsgarantie voor de rijke investeerders. Daarom was de afspraak met Trump over deportatie van migranten ook een goede publicitaire stunt, onpopulair onder Salvadorianen maar interessant voor dit soort investeerders.

Op de korte- en middellange termijn is de democratie en de rechtstaat niet functioneel voor deze ontwikkelings- strategie. Deze vorm van ‘modernisering” van de economie vraagt om een harde hand en rust  middels angst- en mediacontrole. Daardoor wordt de internationale kritiek op Bukele steeds luider. Desalniettemin, met de steun van de regering Trump, kan Bukele de internationale gemeenschap de les blijven lezen. In het land is er geen politieke oppositie over die een tegenkracht kan bieden. Bukele weet dat dat kan veranderen en wordt steeds repressiever. Waar in de jaren ‘70 de politieke ruimte op een bepaald punt volledig afgesloten was, staat Bukele nu in directe confrontatie met de civil society, mensenrechtenorganisaties en lokale gemeenschappen. 

Oud veteranen in El Salvador uitten hun teleurstelling toen de corruptie binnen het FLMN bekend werd, als ook over de misdaden van de Bukele regering waar meerdere voormalige FMLN-kopstukken mede aan het roer zitten. ‘Hiervoor zijn we niet de strijd in gegaan!’ Maar bijna zonder uitzondering zouden dezelfde veteranen herhalen, dat ze weer de strijd in zouden gaan als dat nu nodig was. De revolutionaire strijd wordt met trots gedragen. Honderden jaar na de Franse Revolutie werd iemand gevraagd (ik kan me zijn naam niet herinneren) over de  impact van de Franse Revolutie. Hij antwoordde: ‘het is nog te vroeg om dat te kunnen zeggen.’ Over de revolutionaire strijd in Midden Amerika wordt de geschiedenis nog geschreven…

Carlos Morales